Expertisecentrum Duurzaam Wonen

Warmtenetten zijn er in vele soorten en maten. Er zijn kleine warmtenetjes die gebruikmaken van restwarmte of van een lokale energiebron, zoals bijvoorbeeld uit stromend water uit de buurt.

Vaker gaan de discussies over grote warmtenetten met een grotere eigen energiebron. Voorheen waren dat vooral warmtenetten die draaiden op aardgas waarmee het water werd verwarmd dat naar de huizen stroomde. Tegenwoordig denkt men vaak aan warmtenetten die het water verwarmen met houtige biomassa. Het gemiddelde warmteverlies bij transport in zo een warmtenet becijferde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) recent op 26%.

Een warmtenet is alleen echt duurzaam als de gebruikte energiebron duurzaam is.

Niet-duurzame bronnen voor een warmtenet

Niet duurzaam zijn:

  • een warmtenet op fossiel aardgas;
  • een warmtenet op houtige biomassa;
  • een warmtenet op restwarmte uit een fabriek die draait op fossiele bronnen (aardgas, aardolie, steenkool). Dit is niet duurzaam en houdt een onduurzame fabriek in stand door er een warmtenet aan te koppelen (lock-in).

Duurzame bronnen voor een groter warmtenet kunnen zijn:

  • diepe of ultradiepe geothermie;
  • restwarmte uit bedrijven die behoren tot de circulaire economie van de toekomst.

Duurzame bronnen voor kleinere warmtenetten zijn allerlei vormen van water, zoals:

  • water uit een stromende sloot, rivier of kanaal die diep genoeg is, ook wel TEO (thermische energie uit oppervlakte water)
  • water uit het riool, ook wel riothermie of TEA
  • water uit een gesloten of open (WKO) bodembron;
  • water uit collectieve drycoolers.

In al deze gevallen moet het water nog verder opgewarmd worden door een collectieve of individuele warmtepomp.

Vooral bedrijven profiteren

Wat opvalt is de sterke lobby van bedrijven die graag warmtenetten willen slijten. Aanleg is traag en bewoners staan er niet om te springen. Ook is het draagvlak voor warmtenet op houtpellets bijna verdwenen en is de techniek duur en niet duurzaam. Diepe geothermie is duur en duurt lang om te realiseren. Naar verwachting zal zo’n 10%, maximaal 20% van de woningen in Nederland worden aangesloten op een warmtenet met duurzame bronnen. Toch beheerst die oplossing de meeste discussies.